Amnis

ADMINISTRATIEKANTOOR BELASTING CONSULENTEN

Op dinsdag 18 december 2012 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2013, het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2013, de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning en de Wet elektronische registratie notariële akten.

In dit bericht geeft het ministerie van Financiën een overzicht van de belangrijkste, cijfermatige wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2013.

De belangrijkste wijzigingen zijn in de onderstaande tabellen opgenomen.

De inflatiecorrectie voor 2013 leidt tot een bijstelling van de daarvoor in aanmerking komende bedragen met 1,022%. ( 2012 1,7%)  Deze inflatiecorrectie blijft na de BTW verhoging van 1 oktober 2012 stevig achter in vergelijk bij het  CBS maand inflatiecijfer van 2,9% in oktober 2012.


Klik hier en u komt  rechtstreeks naar het originele bestand.

WIJZIGINGEN BELASTINGEN 2012 & 2013


Toelichting  Belastingen 2013:  (tussen haakjes staan de bedragen voorgaand jaar  2012 )


De grote verschillen zitten in 1e schijf  IB  Tabel 2013 en de Heffingskortingen 2013,

De AOW leeftijd en de Ouderen kortingen.


Er zijn ook een aantal tabellen die in 2013 gelijk blijven. O.a. De Tabel  Reiskosten Openbaarvervoer, de KIA  ( Kleine Investerings  Aftrek)



1.2.2 Algemene heffingskorting

Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben allebei recht op deze heffingskorting. Als één van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder voorwaarden (een deel van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst.

Voorwaarde voor uitbetaling is dat de partner van de belastingplichtige voldoende inkomen heeft en daarbij voldoende belasting betaalt. Deze uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat er in 2013 ten hoogste € 1.334 {66,67%}van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdienende partner.

Wel zijn de onderstaande leeftijdsgrenzen in deze regeling ingebouwd.


De beperking van de uitbetaling geldt niet indien de belastingplichtige die zijn heffingskorting niet volledig gebruikt geboren is voor 1-1-1963. Voor deze groep blijft – mits ook aan de andere voorwaarden is voldaan – de uitbetaling voor 100% gehandhaafd. In 2011 gold deze uitzondering nog indien de belastingplichtige geboren is voor 1-1-1972 of indien er in het

huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn.

In 2012, 2013 en 2014 worden deze uitzonderingen stapsgewijs afgeschaft. Dit betekent dat in 2013 ten hoogste € 1.734

{86,67%} van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdiende partner als die tussen 1-1-1963 en 1-1-1972 geboren is of als er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn.


1.2.3 Arbeidskorting

Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende inkomsten heeft: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Die inkomsten moeten met tegenwoordige arbeid worden genoten. Zie voor de nieuwe maximum bedragen van de arbeidskorting voor 2013 de overzichtstabel. De hoogte van arbeidskorting is

afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de hiervoor bedoelde inkomsten uit tegenwoordige arbeid (het arbeidsinkomen) en het maximum van de arbeidskorting.


1.2.4 Werkbonus

Een belastingplichtige heeft recht op de werkbonus als hij één van de volgende inkomstenheeft: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden (arbeidsinkomen) en bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 64 jaar. Het maximum van de werkbonus bedraagt € 1.100 en wordt bereikt bij een inkomen vanaf 100% van het wettelijk minimumloon en loopt door tot 120% van het wettelijk minimumloon. Boven 120% van het wettelijk minimumloon wordt de werkbonus lineair afgebouwd tot nihil bij 175% van het wettelijk minimumloon.


1.2.5 Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt voor minstverdienende partners en alleenstaande ouders die de zorg hebben voor kinderen onder de 12 jaar. Het basisbedrag van deze heffingskorting is € 1.024 (€ 1.024) indien met werken een arbeidsinkomen van minimaal € 4.814 (€ 4.814) wordt verdiend of indien er recht bestaat op de zelfstandigenaftrek. Voor elke euro die meer wordt verdiend dan € 4.814 (€ 4.814) loopt de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 4% (4%) op tot maximaal € 2.133 (€ 2.133). Dit maximale bedrag wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 32.539 (€ 32.539).


1.2.6 Alleenstaande-ouderkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als hij in 2013 meer dan zes maanden:


[ ] geen partner heeft;

[ ] een huishouding voert met een kind dat hij/zij in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven staat;

[ ] deze huishouding voert met minimaal één kind dat op 1 januari 2012 de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.


De hoogte van de alleenstaande-ouderkorting bedraagt € 947 (€ 947). Dit bedrag wordt vermeerderd met 4,3% van het arbeidsinkomen, maar maximaal met € 1.319 (€ 1.319) indien het kind bij de aanvang van h et kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt. Het arbeidsinkomen is het gezamenlijke bedrag van hetgeen door de belastingplichtige met

tegenwoordige arbeid is genoten als winst uit een of meer ondernemingen, loon en resultaat uit een of meer werkzaamheden.


1.2.7 Jonggehandicaptenkorting


De jong gehandicapten korting bedraagt € 708 (€ 708) en geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeids ongeschiktheids voorziening jong gehandicapten (een zogenoemde Wajong uitkering), tenzij voor hem de ouderen korting geldt. Belastingplichtigen komen ook voor de jong gehandicapten korting in aanmerking, indien weliswaar recht bestaat op een Wajong uitkering, maar niet daadwerkelijk een Wajong uitkering wordt ontvangen vanwege het hebben van een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid.


1.2.8 Ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting als hij op 31 december 2013 de AOW leeftijd

heeft bereikt en een verzamelinkomen heeft van niet meer dan € 35.450 (€ 35.450).

De ouderenkorting bedraagt € 1.032 (€ 762). De ouderenkorting wordt verhoogd met € 150

bij een inkomen boven € 35.450.


1.2.9 Alleenstaande ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 429 (€ 429).


1.2.10 Levensloopverlofkorting

De levensloopregeling is afgeschaft per 1 januari 2012. De levensloopverlofkorting vervalt daardoor ook. De in het verleden opgebouwde levensloopverlofkorting blijft in tact voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 een saldo van

minimaal € 3.000 hebben staan, kunnen met de levensloopregeling doorgaan. Bij een nieuwe inleg wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.

De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levensloop tegoed, maar ten hoogste € 205 (€ 205) per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.


1.2.11 Ouderschapsverlofkorting

De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2013 gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimum uurloon per opgenomen verlof uur en bedraagt voor 2013 € 4,24 (€ 4,18) per verlof uur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2013 ten

opzichte van 2012.


1.2.12 Korting voor groene beleggingen

Per 1 januari 2013 is er uitsluitend een heffingskorting voor de belastingplichtige met groene beleggingen. De korting bedraagt in 2013 0,7% van het bedrag dat daarvoor is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.


1.2.13 Korting voor directe beleggingen in durfkapitaal,

culturele beleggingen en sociaal-ethische beleggingen

Deze kortingen zijn vervallen per 1 januari 2013.


1.2.14 Tijdelijke heffingskorting voor VUT en prepensioen

De tijdelijk heffingskorting voor VUT en prepensioen geldt voor de belastingplichtige die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt en die een uitkering geniet ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding waarop de inkomensafhankelijke bijdrage voor de ZVW wordt ingehouden. De heffingskorting bedraagt 1% van deze uitkeringen met een maximum van € 182.


1.3 Aanslaggrens voor de inkomstenbelasting

De aanslaggrens voor de inkomstenbelasting is in 2013 € 45 (€ 45). Alleen als het verschil tussen de verschuldigde inkomstenbelasting en het saldo van de gezamenlijke voorheffingen en de voorlopige teruggaven meer bedraagt dan € 45 (€ 45) volgt een aanslag.


1.4 Teruggaafgrens loonbelasting en premie volksverzekeringen

De grens voor teruggaaf op verzoek, op grond van te veel ingehouden loonbelasting en premie volksverzekering over het belastingjaar 2013 is € 14 (€ 14). Naast de voorheffingen moeten ook in aanmerking worden genomen de voorlopige teruggaven (gezamenlijk

genoemd: voorheffingssaldo). Als dit voorheffingssaldo de verschuldigde belasting niet of met niet meer dan € 14 (€ 14) overtreft, dan volgt geen aanslag.



Toelichting  Belastingen 2012:  (tussen haakjes staan de bedragen voorgaand jaar  2011 )


1.2.2 Algemene heffingskorting

Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben allebei recht op deze heffingskorting. Als één van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder voorwaarden (een deel dat de partner van de belastingplichtige voldoende inkomen heeft van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst. Voorwaarde voor uitbetaling is en daarbij voldoende belasting betaalt. Deze uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat er in 2012 ten hoogste € 1.491 {73,33%} van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdienende partner.

De beperking van de uitbetaling geldt niet indien de belastingplichtige die zijn heffingskorting niet volledig gebruikt geboren is voor 1-1-1963. Voor deze groep blijft – mits ook aan de andere voorwaarden is voldaan – de uitbetaling voor 100% gehandhaafd. In 2011 gold deze uitzondering nog indien de belastingplichtige geboren is voor 1-1-1972 of indien er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn. In 2012, 2013 en 2014 worden deze uitzonderingen stapsgewijs afgeschaft. Dit betekent dat in 2012 ten hoogste € 1.762 {86,67%} van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdiende partner als die tussen 1-1-1963 en 1-1-1972 geboren is of als er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn.


1.2.3 Arbeidskorting

Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende inkomsten heeft: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Die inkomsten moeten met tegenwoordige arbeid worden genoten. Zie voor de nieuwe maximumbedragen van de arbeidskorting voor 2012 de overzichtstabel. De hoogte van arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de hiervoor bedoelde inkomsten uit tegenwoordige arbeid (het arbeidsinkomen) en het maximum van de arbeidskorting. De verhoging van de arbeidskorting voor ouderen vanaf 57 jaar komt te vervallen vanaf 1 januari 2012.


1.2.4 Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt voor minstverdienende partners en alleenstaande ouders die de zorg hebben voor kinderen onder de 12 jaar. Het basisbedrag van deze heffingskorting is € 1.024 (€ 780) indien met werken een arbeidsinkomen van minimaal € 4.814 (€ 4.734) wordt verdiend of indien er recht bestaat op de zelfstandigenaftrek. Voor elke euro die meer wordt verdiend dan € 4.814 (€ 4.734) loopt de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 4% (3,8%) op tot maximaal € 2.133 (€ 1.871). Dit maximale bedrag wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 32.539 (€ 33.444).


1.2.5 Alleenstaande-ouderkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als hij in 2012 meer dan zes maanden:

• geen partner heeft;

• een huishouding voert met een kind dat hij/zij in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven staat;

• deze huishouding voert met minimaal één kind dat op 1 januari 2012 de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

De hoogte van de alleenstaande-ouderkorting bedraagt € 947 (€ 931). Dit bedrag wordt vermeerderd met 4,3% van het arbeidsinkomen, maar maximaal met €1.319 (€ 1.523) indien het kind bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt. Het arbeidsinkomen is het gezamenlijke bedrag van hetgeen door de belastingplichtige met tegenwoordige arbeid is genoten als winst uit een of meer ondernemingen, loon en resultaat uit een of meer werkzaamheden.


1.2.6 Jonggehandicaptenkorting

De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 708 (€ 696) en geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (een zogenoemde Wajonguitkering), tenzij voor hem de ouderenkorting geldt. Belastingplichtigen komen ook voor de jonggehandicaptenkorting in aanmerking, indien weliswaar recht bestaat op een Wajonguitkering, maar niet daadwerkelijk een Wajonguitkering wordt ontvangen vanwege het hebben van een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid.


1.2.7 Ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting als hij op 31 december 2012 65 jaar of ouder is en een verzamelinkomen heeft van niet meer dan € 35.450 (€ 34.857). De ouderenkorting bedraagt € 762 (€ 739).


1.2.8 Alleenstaande ouderenkorting

Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 429

(€ 421).


1.2.9 Doorwerkbonus

De doorwerkbonus motiveert belastingplichtigen om door te blijven werken vanaf het jaar waarin zij 62 worden. Mensen die in een jaar 62 worden en werken, ontvangen deze doorwerkbonus die als heffingskorting via de aanslag inkomstenbelasting wordt toegekend. De doorwerkbonus loopt ook door na de 65-jarige leeftijd. De hoogte van de bonus loopt tot 65 jaar met de leeftijd en met het inkomen uit arbeid op. De hoogte van de doorwerkbonus wordt berekend door een leeftijdsafhankelijk percentage (zie overzichtstabel) toe te passen op het arbeidsinkomen tussen € 9.295 en € 57.166 (€ 9.209 en € 56.280).

1.2.10 Levensloopverlofkorting

De levensloopverlofkorting vervalt per 1 januari 2012. Dat komt omdat de levensloopregeling per die datum is afgeschaft. De in het verleden opgebouwde levensloopverlofkorting blijft in tact voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 een saldo van minimaal € 3.000 hebben staan, kunnen met de levensloopregeling doorgaan. Bij een nieuwe inleg wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.

De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste € 205 (€ 201) per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.


1.2.11 Ouderschapsverlofkorting

De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2012 gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur en bedraagt voor 2012 € 4,18 (€ 4,11) per verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2012 ten opzichte van 2011.


1.2.12 Korting voor maatschappelijke beleggingen

Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in maatschappelijke beleggingen (groene beleggingen en sociaal-ethische beleggingen). De korting bedraagt in 2012 0,7% van het bedrag dat daarvoor is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3. De korting wordt in stappen afgebouwd naar 0%: voor het jaar 2012 wordt deze korting verlaagd van 1,0% (2011) naar 0,7%, voor het jaar 2013 van 0,7% naar 0,4%. Met ingang van het jaar 2014 komt deze heffingskorting in het geheel te vervallen.


1.2.13 Korting voor directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen

Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in direct durfkapitaal en in culturele beleggingen. De korting bedraagt in 2012 0,7% van het bedrag dat daarvoor is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3. De korting wordt in stappen afgebouwd naar 0%: voor het jaar 2012 van 1,0% naar 0,7%, voor het jaar 2013 van 0,7% naar 0,4%. Met ingang van het jaar 2014 komt deze heffingskorting in het geheel te vervallen.


1.3 Aanslaggrens voor de inkomstenbelasting

De aanslaggrens voor de inkomstenbelasting is in 2012 € 45 (€ 44). Alleen als het verschil tussen de verschuldigde inkomstenbelasting en het saldo van de gezamenlijke voorheffingen en de voorlopige teruggaven meer bedraagt dan € 45 (€ 44) volgt een aanslag.


1.4 Teruggaaf  grens loonbelasting en premie volksverzekeringen

De grens voor teruggaaf op verzoek, op grond van te veel ingehouden loonbelasting en premie volksverzekering over het belastingjaar 2012 blijft € 14 (€ 14). Naast de voorheffingen moeten ook in aanmerking worden genomen de voorlopige teruggaven (gezamenlijk genoemd: voorheffingssaldo). Als dit voorheffingssaldo de verschuldigde belasting niet of met niet meer dan € 14 (€ 14) overtreft, dan volgt geen aanslag.


Klik rechts op de tabellen dan vergroot de tabel

klik hier op  de tabellen

klik hier op de tabellen

>>Terug

klik hier op de tabel


IB  Tabel 2012                    IB Tabel 2013

Heffingskortingen 2012          Heffingskorting 2013

Reiskosten Openbaar vervoer 2012 = 2013 niet gewijzigd